Vraag nu subsidie aan voor praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen

Bedrijven en instellingen die een praktijk- of werkleerplaats hebben aangeboden in het studiejaar 2019/2020 kunnen deze zomer (tot uiterlijk 16 september 2020) subsidie aanvragen als tegemoetkoming voor de begeleidingskosten van een deelnemer, leerling of student. Eerder was het al mogelijk om een voorschot op de subsidie aan te vragen vanwege het coronavirus.  De subsidieregeling heeft als doel om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel en wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om in aanmerking te komen verschillen per categorie en het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.

Het doel van de subsidieregeling Praktijkleren is het stimuleren van werkgevers tot het bieden van praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen. Bedrijven of organisaties die een praktijkleerplaats of werkleerplaats verzorgen kunnen hiervoor tot € 2.700 per leerling aan subsidie ontvangen. Dit bedrag zal in verhouding worden verrekend met de periode waarin de werkgever de begeleiding heeft verzorgd. Werkgevers komen voor subsidie in aanmerking bij de begeleiding van de volgende groepen:

Vso, pro, (entree) vmbo: Voor het buitenschools praktijkgedeelte in het laatste leerjaar (vso en pro), en voor 3e en 4e leerjaar voor (entree) vbmo. Het buitenschoolse praktijkgedeelte moet ten minste 560 klokuren omvatten, en dat elke schoolweek in het laatste schooljaar binnenschools onderricht omvat.

Mbo: Alleen bbl-opleidingen die gericht zijn op een volledig diploma komen in aanmerking. Voor het mbo dienen deze opleidingen te zijn opgenomen in het Crebo.

Hbo: Alleen duale en deeltijdopleidingen komen in aanmerking. Het kan hierbij ook gaan om een associate degree of een hbo-master. Het gaat om een opleiding in het hoger onderwijs waarvoor accreditatie is verleend. Daarnaast is de opleiding ook opgenomen in het CROHO. De code van de opleiding moet opgenomen zijn in de onderdelen techniek of landbouw en natuurlijke omgeving.

Promovendi die tijdelijk zijn aangesteld of een arbeidsovereenkomst hebben bij een universiteit of een instituut van de KNAW of NWO. Over hun loonkosten moeten afspraken zijn gemaakt met een privaatrechtelijke rechtspersoon.

Werknemers van een privaatrechtelijke rechtspersoon die promotieonderzoek doen of een opleiding tot technologisch ontwerper volgen. Deze werknemers doen promotieonderzoek of volgen de opleiding op grondslag van een overeenkomst tussen dat bedrijf en een universiteit, die de werknemer begeleidt. Ook voor technologisch ontwerpers in opleiding die bij het tweede deel van hun reguliere opleiding hun ontwerpopdracht bij een privaatrechtelijke rechtspersoon doen, kan men de laatstgenoemde subsidie ontvangen.

Tip

De gegevens uit de aanvraag worden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vergeleken met de informatie die bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) geregistreerd is. Soms wijkt die informatie af met de daadwerkelijke situatie van de student. In dergelijke gevallen verzoekt de RVO om de (praktijkleer-) overeenkomst als bewijsmiddel. De praktijkleerovereenkomst moet door alle betrokken partijen, dus in drievoud, zijn getekend. Zorg ervoor dat de praktijkleerovereenkomst duidelijk is voorzien van de naam van de opleiding- en de onderwijsinstelling, de start- en einddatum van de stage en indien van toepassing de relevante Crebo- of CROHO code.